Voor onderzoek naar windmolengeluid en juridische bescherming van de burger zou bij geluidsmetingen niet de zogenaamde A-weging moeten worden toegepast, zoals dat nu gebeurt, maar Z-weging. Waar nodig dient wetgeving te worden aangepast, bijvoorbeeld via politieke moties.
Waarom dB(Z) relevant is voor windmolenonderzoek
A-weging is ontworpen om geluidsdruk te evalueren volgens de gevoeligheid van het menselijk oor — dat bij lage frequenties sterk afneemt. Daardoor worden lage frequenties (en infrageluid) relatief sterk verzwakt in dB(A)-metingen. Voor windturbines, die veel energie in lage frequenties en harmonischen kunnen leveren, kan dB(A) daarom sterk onderschatten wat er fysiek aanwezig is.
A-weging (decibelmeting afgestemd op het menselijk gehoor) is beslist relevant voor industriegeluid. Windmolengeluid is weliswaar industriegeluid, maar de zorgen eromtrent (slaapverstoring en gezondheidsschade) zijn niet beperkt tot het bereik van het menselijk gehoor. De windmolenkwestie draait om trillingen in het algemeen: hoorbare én onhoorbare trillingen.
Onderzoekers, beleidsmakers, juristen en vertegenwoordigers van de windindustrie dienen dezelfde taal te spreken, en de gepaste, wetenschappelijk onderbouwde taal met betrekking tot windmolengeluid is Z-weging, dus dB(Z), niet A-weging.
Met dB(Z) of ongewogen metingen (flat response) meet je de werkelijke geluidsdruk over het volledige frequentiespectrum. Dat is belangrijk wanneer lage frequenties of ritmische modulaties (zoals bladpassage-harmonischen) bestudeerd worden — frequenties die bij A-weging nauwelijks meetellen. Z-gewogen of spectrale analyses geven daarom een realistischer beeld van wat er fysiek aanwezig is — vóór je probeert te vertalen naar ‘hoe het ervaren wordt’.
In recente rapporten uit Dronten (2025) en Groningen (2022) wordt genoemd dat de A-weging is toegepast. Vanzelfsprekend leidt die weging tot uitspraken als deze, in de eindconclusie van het Groningse rapport: "De hoeveelheid windturbinegeluid is bescheiden in vergelijking met andere bronnen zoals transport (weg-, spoor- en luchtverkeer) of industrie. Uit onderzoeken blijkt dat het geluidsniveau in de praktijk meestal minder dan 45 dBA bedraagt. Bij hetzelfde geluidsniveau wordt het geluid van windturbines echter als hinderlijker ervaren dan geluid van andere bronnen." En deze uitspraak over het rapport uit Dronten: "Volgens de onderzoekers verklaart dat waarom mensen hinder kunnen ervaren, zelfs als het geluid niet harder is dan anders. Het karakter van het geluid verandert, en dat kan als storend worden ervaren."
Het is niet enkel het karakter dat verandert. Ook de totale geluidsdruk neemt toe (en kan dus wel degelijk "harder dan anders" worden). Het is enkel zo dat de A-weging dit, net als het menselijk gehoor, voor een groot deel over het hoofd ziet.
De veiligheid van windmolengeluid beoordelen op basis van het menselijk gehoor (A-weging) is zoiets als de veiligheid van röntgenstralen bepalen op basis van zichtbaarheid en de veiligheid van koolmonoxide op basis van het menselijk reukvermogen. Zoals infrarood licht onzichtbaar is, zo zijn infrasone trillingen onhoorbaar. Het is daarom niet zinnig om voor deze kwestie de A-weging te blijven gebruiken. Het gaat om de fysieke druk op het organisme, niet om het hoorbare geluid.
Hoewel het heel goed mogelijk is dat de slaapverstoring primair verloopt via laagfrequent geluid binnen het hoorbare spectrum (en dus van 20 tot 125 Hz), dient dit te worden onderzocht met behulp van Z-weging. Conclusies in die rapporten en papers waarin niet expliciet rekenschap wordt gegeven van deze kernfout zijn daarom per definitie twijfelachtig en vereisen hertoetsing met toepassing van Z-weging.
Hieronder nogmaals de grafiek van het algoritme dat bij A-weging wordt toegepast. A-weging neemt uitsluitend alles onder de rode lijn mee in de optelsom. Hoe lager de rode lijn, hoe meer de bijdrage van de frequenties wordt genegeerd. De trillingen onder de 10 Hz tellen in het geheel niet mee, terwijl juist die trillingen zo relevant zijn voor mogelijke invloed van windmolengeluid op de diepe slaap.
Conclusie
Hoewel A-weging waardevol is voor veel toepassingen (zoals gehoorschade bij hoge frequenties / harde geluiden), is het niet geschikt wanneer de potentiële gezondheidseffecten gerelateerd zijn aan lage frequenties, ritmische modulatie of sub-auditieve trillingen. Daarom moeten metingen die dergelijke effecten onderzoeken gebeuren met flat / Z-gewogen spectra, of in elk geval met octaaf-/tweede-octaaf-analyse inclusief lage frequenties.
Alleen geluidsmeting met Z-weging kan de oorzaak van deze problematiek nauwkeurig en eerlijk in kaart brengen. A-weging is prima voor onderzoek en wetgeving rondom bewuste overlast en het voorkomen van gehoorschade, maar is volkomen ongepast voor de windmolenkwestie.
Z-gewogen geluidsmetingen kunnen de blootstelling aan lage frequenties objectief kwantificeren. Of en in hoeverre die blootstelling tot fysiologische effecten leidt (zoals slaap-fragmentatie) vereist daarnaast uiteraard slaap- en gezondheidsonderzoek met professionele middelen zoals polysomnografie met EEG.